De prothesespraak

 

Als het stoma afgesloten wordt stroomt de uitgeademde lucht via de stemprothese naar de mond.

Als er een stemprothese geplaatst wordt, dan wordt hiervoor een kleine verbinding gemaakt tussen de luchtpijp en de slokdarm. Deze verbinding is een soort kanaaltje en wordt fistel genoemd. In dit fistel wordt een kunststof stemprothese geplaatst.

De stemprothese fungeert als ventiel. Op het moment dat het tracheostoma wordt afgesloten, stroomt uitgeademde lucht via deze prothese naar de keelholte en vervolgens naar de mond.

Het slijmvlies van de keelholte wordt nu door de uitgeademde lucht in trilling gebracht en dat levert een nieuw (stem-)geluid op: de prothesespraak.


Bij sommige patiënten is het niet mogelijk om tijdens de operatieve verwijdering van het strottenhoofd een stemprothese te plaatsen. 

Het kan dan zo zijn dat na uitgebreide wondgenezing en eventueel aanvullende behandelingen zoals bestraling, alsnog een stemprothese geplaatst kan worden.

U leert de prothesespraak onder leiding van een hierin gespecialiseerde logopedist.