Inleiding


Een laryngectomie heeft ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven. Na de operatie is het verlies van de stem ongetwijfeld de grootste handicap.

Zingen, hard roepen, fluisteren, neuriën en fluiten zijn nu niet meer mogelijk. Ook kunnen emoties zoals woede, angst of blijdschap niet meer in de stem doorklinken. Het uiten van gevoelens en gedachten is nu weliswaar moeilijker geworden, maar niet onmogelijk.

Voorafgaand aan de operatie en tijdens uw verblijf in het ziekenhuis bent u over de situatie na de operatie uitgebreid geïnformeerd. U kreeg informatie over de noodzakelijke lichamelijke zorg rondom het tracheostoma, de eventuele stemprothese en de spraakrevalidatie.

Thuis staat u er nu zelf voor, eventueel met hulp uit uw omgeving. Dit programma ondersteunt u bij de stoma- en prothesezorg en de spraakrevalidatie. De foto- en filmvoorbeelden helpen u om het vervolg van de spraakrevalidatie optimaal te laten verlopen.

Situatie voor een laryngectomie
 

 

 

 

 

 




Klik op afbeelding om filmpje te zien.

Vóór de operatie konden de stembanden in het strottenhoofd in trilling worden gebracht door de uitademingslucht. Hoe groter de druk waarmee de lucht tussen de stembanden werd geperst, hoe sterker het geluid.

De toonhoogte van het geluid werd bepaald door de snelheid waarmee de stembanden trillen. Die snelheid (trillingsfrequentie) was afhankelijk van de spanning en de vorm van de stembanden.

Situatie na een laryngectomie: een tracheostoma
 

 
 
 
 
 
 




Klik op afbeelding om filmpje te zien.

Het strottenhoofd en de stembanden zijn verwijderd. De stembanden kunnen dus niet meer in trilling gebracht worden. Hierdoor kan na de operatie niet langer hetzelfde geluid gemaakt worden als voor de operatie. De geluidstrillingen moeten op een andere wijze tot stand worden gebracht.